Budgetbeheer

Een van de problemen waar de gemeente Groningen, in toenemende mate, mee geconfronteerd wordt, is de groei van het aantal mensen met problematische schulden. Natuurlijk zijn schulden in eerste instantie een individueel probleem. Het is ieders verantwoordelijkheid om zorgvuldig met geld om te gaan en te voorkomen dat er schulden ontstaan en als ze ontstaan te voorkomen dat ze onoplosbaar worden. Maar schulden vormen ook een maatschappelijk probleem. Mensen (of hun kinderen!) met problematische schulden lopen een aanzienlijk grotere kans op allerhande problemen dan mensen zonder schulden. Veel van die maatschappelijke gevolgen van problematische schulden komen vroeger of later op het bordje van de gemeente. Met de Wet schuldsanering natuurlijke personen in de hand, kan de gemeente veel doen. Maar, niet voor iedereen kan de gemeenten klaar staan. De gemeentelijke middelen zijn beperkt. Vandaar ook dat de gemeente vorig jaar bezuinigd heeft op de schuldhulpverlening. Het totale beslag op de gemeentelijke begroting werd simpelweg onbetaalbaar. Raad en college hebben toen met elkaar afgesproken de vinger aan de pols te houden en dat, indien nodig, er ingegrepen zou moeten worden. De recente ervaringen in Groningen (mede het gevolg van bezuinigingen op de schuldhulpverlening) leren dat met name op het gebied van preventief budgetbeheer er zodanige knelpunten ontstaan dat ingrijpen noodzakelijk wordt.

Preventief budgetbeheer is met name bedoeld om te voorkomen dat mensen in problematische schulden verzeild raken. Tijdig ingrijpen kan veel toekomstige problemen voorkomen. De vraag is daarbij natuurlijk wel waar de grenzen liggen en waar iemands persoonlijke verantwoordelijkheid door de overheid overgenomen kan (of moet) worden.

Wat mij betreft zoekt de gemeente op korte termijn naar een oplossing om de knelpunten bij het preventief budgetbeheer op te lossen. Daarnaast is het volgens mij noodzakelijk dat goed gekeken wordt op welke manier preventieve maatregelen de toenemende vraag naar schuldhulpverlening kunnen beteugelen. In de raadscommissie van gisterenavond kreeg ik de indruk dat een ruime meerderheid van de raad een zelfde menig is toegedaan. Ik ben benieuwd met wat voor oplossingen het college komt.

Welzijn?

Het gemeentelijk welzijnsbeleid blijft de politieke agenda en de gemoederen in de stad bezig houden. Gisterenavond was er een extra commissievergadering over het welzijnsbeleid. Dat is een complex terrein. Het gaat over veel mensen, het raakt heel veel beleidsterreinen (zorg, maatschappelijke hulpverlening, gesubsidieerde banen, beheer van accommodaties, etc) en het gaat over het verdelen van (schaars) geld. Het beleidsvoorstel van het college bevat veel positieve elementen, maar roept bij ons ook nog de nodige vragen en kritieken op. De bedoeling van de nota is om nog nader uitgewerkt te worden en de bedoeling van de raadsvegadering van volgende week is om aan te geven in welke richting die uitwerking, volgens de raad, zou moeten. Daar zal de komende dagen nog heel wat denkkracht aan besteed gaan worden.

Schuld?

Nu het rapport van de Onderzoekscommissie Welzijnswerk verschenen is druppelen de reacties langzaam binnen. Veel gestelde vraag: wie was nu eigenlijk schuldig? De centrale stelling in het rapport is nu juist dat er niet 1 schuldige valt aan te wijzen voor het faillissement van WING. Zoals in het rapport uitvoerig wordt beargumenteerd valt zowel de gemeente als WING het nodige te verwijten. WING bestaat inmiddels niet meer, en dus valt veel van de media aandacht op aanbevelingen die de gemeente aan gaan. En terecht. De gemeente zal verder moeten en het doel van dit rapport was nu juist om aanbevelingen te formuleren op basis van de lessen die uit het faillissement geleerd kunnen worden. Dat is soms pijnlijk voor de gemeente, maar naar mijn mening noodzakelijk. Een vervolgvraag die nu inmiddels ook al een keer gesteld is (door OOG-tv) is de vraag of niet ook de gemeenteraad zelf blaam treft. Ja natuurlijk. Wie het rapport leest zal zien dat de onderzoekscommissie steeds naar ‘de gemeente’ verwijst, niet expliciet naar raad of college. Aangezien de gemeenteraad onderdeel van het gemeentebestuur is, is daar waar ‘de gemeente’ iets verweten wordt de gemeenteraad net zo zeer onderdeel van het verwijt als elk ander bestuursorgaan van de gemeente. Wie de schoen past trekke hem aan. Maar nu de raad met dit rapport heeft terug gekeken is het nu tijd weer vooruit te kijken. Hopelijk zullen we in staat zijn om, op basis van de geleerde lessen, betere afspraken voor de toekomst te maken. Dat zal nog zeker niet mee vallen. Terugkijken, zoals we in het onderzoeksrapport hebben gedaan, is nu eenmaal veel makkelijker dan vooruit kijken.

Reacties op rapport

Na de presentatie van het eindrapport van de onderzoekscommissie Welzijnswerk was er de nodige persaandacht. RTV-Noord en OOG-TV toonden belangstelling. Ook de GIC schreef er over. Het Dagblad hield zich nog even stil, maar gaf aan dat woensdag, als ook het college zijn ei over de toekomst van het welzijnswerk gelegd zal hebben, over beide rapporten te zullen schrijven. Een opvallende reactie kwam van een directeur van de gemeentelijke dienst OCSW (Onderwijs, Cultuur, Sport en Welzijn). Zij vroeg of de onderzoekscommissie een toelichting op het rapport zou willen geven voor de medewerkers van OCSW. Nou, dat willen wij wel. Met name bij de gemeentelijke medewerkers zullen de conclusies en aanbevelingen van het rapport tot reacties moeten leiden. Ik ben benieuwd.

Onderzoekscommissie Welzijnswerk VIII

Eind van de middag presenteerde de Onderzoekscommissie Welzijnswerk haar eindrapport. Voor een zaal vol belangstellenden mocht ik namens de onderzoekscommissie het rapport samenvatten en vervolgens aan de voorzitter van de gemeenteraad, burgemeester Wallage, aanbieden. Op 13 april staat de bespreking van dit rapport geaggendeerd in de raadscommissie om vervolgens zo snel mogelijk in de raad tot besluitvorming over de toekomstige vormgeving van het welzijnsbeleid te leiden. De onderzoekscommissie hoopt met het rapport een zinvolle bijdrage aan die discussie geleverd te hebben.

Over de inhoud van het rapport wil ik hier niet veel zeggen, lees het rapport of de samenvatting. Maar ik wil hier wel kwijt dat zo’n onderzoekscommissie enorm veel tijd en energie kost. Daar hebben wij (of in iedergeval ik) ons flink op verkeken. We hadden eigenlijk al een maand eerder klaar willen zijn. Maar de zorgvuldigheid vereiste toch echt nog een heleboel extra werk. Uiteindelijk denk ik, in alle bescheidenheid, dat we er in geslaagd zijn een evenwichtig rapport te schrijven. En dat voornamelijk dankzij de inbreng van heel veel mensen. Maar 1 advies voor elk raadslid dat overweegt een onderzoekscommissie in het leven te roepen: bezint eer gij begint. Want het houdt je wel langdurig van de straat.

Woensdag

Vandaag raadsvergadering. Zo’n dag betekent voor mij gewoonlijk een hoop overleggen en proberen tijd te vinden voor de voorbereiding van de raadsvergadering. Vandaag is dat niet anders. Ik begon de dag bij Peter Teesink, de directeur van de Dienst Sociale Werkvoorziening. De sociale werkvoorziening is in Nederland erg in beweging met veel onzekerheid over de toekomst. Daar ben ik nu door Peter Teesink op hoofdlijnen over bijgepraat.

De middag wordt grotendeels gevuld met de bespreking van een concept rapport van de Onderzoekscommissie Welzijnswerk. Als het allemaal lukt presenteren wij begin maart ons eindrapport. Daarna presidium en ten slotte de raadsvergadering die om 16:30 begint. Gezien de agenda verwacht ik niet dat het laat zal worden vanavond.

Onderzoekscommissie Welzijn VII

Gisteren heeft de Onderzoekscommissie Welzijnswerk haar laatste onderzoeksgesprek gevoerd. Voormalig wethouder Wicher Pattje was laatste in een rij van bijna 30 gesprekken. We hebben onszelf nu nog 3 weken de tijd gegeven om het eindrapport af te ronden. Aan informatie is geen gebrek. De stapels dossiers beslaan inmiddels ettelijke decimeters. De kunst zal ook zijn om ons te beperken tot de hoofdzaken en tot die onderwerpen die relevant zijn voor het formuleren van concrete aanbevelingen.

Leeuwentemmer?

Vandaag weer een lange vergaderdag in het stadhuis. Groot deel van de dag doorgebracht met gesprekken in het kader van de Onderzoekscommissie Welzijnswerk. Tussendoor lunch bij onze griffier, Dick Vrieling, op zijn kamer. Aan de muur hangen twee grote posters die zijn passie voor het circus laten zien. Tussen een paar happen zag ik opeens een heel andere betekenis in de posters. Op de ene poster de griffier als leeuwentemmer. Op de andere poster de leeuw die de leeuwentemmer aan zich onderwerpt. De vraag is nu alleen nog wie de leeuw is, raad of college? Wie zal het zeggen?

leeuwentemmer

leeuwentemmer 2

Veertieneneenhalf

De nieuwe gemeentewet, waarmee het dualisme werd ingevoerd, beoogde onder andere dat raadsleden meer de stad in zouden kunnen trekken en minder in het stadhuis zouden hoeven bivakkeren. Gisteren heb ik 14 1/2 uur in het stadhuis doorgebracht. Veertieneneenhalf uur! Hoe zag gisteren er uit?
09:00 – 13:00 Gesprekken in het kader van de Onderzoekscommissie Welzijnswerk en een snel broodje;
13:00 – 15:00 Gesprekken in het kader van de benoeming van een nieuwe ombudsman;
15:00 – 15:30 Voorbereiding raadsvergadering;
15:30 – 16:30 Presidium, het agendaoverleg van fractievoorzitters, griffier, gemeentesecretaris en burgemeester;
16:30 – 23:30 Raadsvergadering, met van 19:00 tot 20:00 eetpauze.
U hoort mij niet klagen hoor, maar om nou te zeggen dat we dankzij het dualisme minder in het stadhuis komen… niet dus.

Onderzoekscommissie Welzijnswerk VI

Gisteren begon de dag met een aantal interviews in het kader van de Onderzoekscommissie Welzijnswerk. We hebben nu ruim 15 gesprekken gevoerd en we hebben er nog een flink aantal te voeren. Het beeld dat tot nu toe uit die gesprekken naar voren komt is in iedergeval heel divers. Toch beginnen er al wel een aantal algemene lijnen uit op te duiken. Ik heb er dan ook wel vertrouwen in dat het ons zal lukken om een helder beeld van het faillissement van WING op te schrijven en op basis van het onderzoek een aantal concrete aanbevelingen te doen aan de gemeenteraad. Volgende week dinsdag (25 januari, 20:00 uur in het Stadhuis)) organiseert de commissie een openbare discussieavond. We nodigen een aantal externe experts uit, maar ook een paar mensen met wie we reeds een gesprek gevoerd hebben. Het doel van de bijeenkomst is om, in het openbaar (iedereen is dus welkom), te discussieren over de wijze waarop het welzijnswerk georganiseerd zou kunnen worden.