Open Source en de overheid

Vandaag kwam ik een interessant lijstje van NOiV tegen. Deze ranking voorjaar 2009 laat zien hoe de Nederlandse overheden zich aan de richtlijnen en aanbevelingen van het NOiV houden. Op een rangorde van 0 tot 100 scoren de ministeries gemiddeld 64. De gemeenten doen het nog veel slechter met een gemiddelde scoren van 29,2. De grote gemeenten (> 175.00) doen het daarbij een stuk beter met een score van 56,9. De waterschappen scoren het slechtst (24,7).

De gemeente Groningen scoort trouwens heel netjes met 81,5 en staat daarmee tweede in de ranglijst van alle overheden. Als een van de oorspronkelijke voorvechters van Open Source en Open Standaarden in Groningen ben ik daar best wel een beetje trots op. Maar dat de overheden gemiddeld zo slecht scoren is bedroevend natuurlijk. Kennelijk wordt er nogal verschillend aangekeken tegen transparantie, leveranciersonafhankelijkheid, en toegankelijkheid van overheidinformatie (om maar een paar argumenten te gebruiken).

CBS toegankelijk?

Na al het enthousiasme over data.gov, dacht ik vanochtend: “eens kijken hoe dat het met de toegankelijkheid van de data van ons CBS zit eigenlijk”. Voor het ontsluiten van gegevens heeft het CBS Statline ingericht. Als je na het nodige doorklikken bij de ruwe gegevens bent aangekomen krijg je verschillende opties aangeboden om die data te gebruiken (csv, etc). Mooi. Ook zijn er directe links naar de tabel mogelijk. Ook mooi.

In een van de reacties op het lanceren van data.gov riep iemand lyrisch uit dat dit initiatief uniek is in de wereld. Ik denk dat dat nogal mee valt eigenlijk. Data.gov is modern, maar is zeker niet uniek. Het mooie van data.gov is echter wel dat alle gegevensbestanden, vanuit een veelheid van bronnen, bij elkaar samen komt.

Maar, het CBS heeft qua toegankelijkheid nog wel ‘ruimte voor verbetering’ (om het maar positief te formuleren). Als ik op de voorpagina van Staline klik op ‘kaart’ krijg ik doodleuk de reactie: “Dit onderdeel wordt alleen ondersteund in Microsoft Internet Explorer.” Niet meer van deze tijd! Platform onafhankelijkheid is bij het CBS nog niet doorgedrongen.

CBS disclaimer

Niet alleen neemt het CBS burgers die zonder Windows leven niet serieus. Het CBS neemt ook zichzelf niet serieus. Dat blijkt wel uit de disclaimer die duidelijk stelt dat het CBS geen verantwoordelijkheid draagt voor fouten die zij zelf maakt. Tja… mag ik onder de formulieren die ik verplicht moet invullen ook zo’n disclaimer toevoegen?

CBS

Kreeg een brief van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Of ik mee wilde werken aan de jaarstatistiek markt-, opinie- en economisch onderzoek. Nou ja, of ik dat wilde was niet helemaal aan de orde. Want: “Uw gegevens zijn belangrijk. Zo belangrijk dat de overheid het aanleveren van deze gegevens verplicht heeft gesteld”. Nou vooruit dan maar. Hoe opsturen? Stap 1: Open Internet Explorer. “Werkt u daar niet mee? Bel ons dan even.”

…. verplichte aanlevering van gegevens, maar nog niet de moeite genomen om die aanlevering dan ook voor iedereen mogelijk te maken….

Een laptop per leerling?

Vandaag op de voorpagina van het Dagblad van het Noorden het bericht dat de Drentse middelbare school Stad en Esch alle leerlingen aan een laptop wil helpen. Dat klinkt goed, hoe eerder leerlingen leren met computers om te gaan hoe beter. Maar, waarom moeten die laptops 1.200 euro per leerling kosten? En waarom wordt er niet gekozen voor een open source oplossing?

Met een beetje creativiteit kom je bijvoorbeeld bij dit soort oplossingen uit. Voor nog geen 400 euro heb je al een laptop met Ubuntu (een open source systeem). Met zulke laptops kan de gehele beoogde ouderlijke bijdrage (die in het voorstel van de school 700 Euro zou moeten bedragen) komen te vervallen.

Dat de school het gebruik van laptops stimuleert is prima. Dat er digitale leerstof wordt aangeboden ook is prima. Maar dat er dan gekozen wordt voor een closed source oplossing, die ook nog een heel erg duur is, is niet prima. Dat kan beter.

Actie om bekendheid ODF te vergroten aangekondigd

ODF? OpenDocument Format is een open standaard voor het bewerken, bewaren en uitwisselen van teksten, data, rekenbladen etc. Kortom, ODF is het open alternatief voor de Office bestanden van Microsoft. Onderzoek had aangetoond dat ODF binnen de overheid nog amper bekend is. En naar aanleiding van dat onderzoek kondigt de Staatssecretaris een actie aan om ODF beter bekend te maken. Dit in antwoord op vragen van de SP tweedekamer fractie.

Goeie zaak. Met dank aan het wijdverbreide Microsoft is vrijwel iedereen wel bekend met de bestanden die Word en Excel produceren. En laten we wel wezen, er waren ook nauwelijks goede open alternatieven. Die alternatieven zijn er inmiddels wel, met dank aan o.a. OpenOffice. Hoe meer die open standaarden gebruikt gaan worden hoe beter. Het voorkomt afhankelijkheid van een monopolist, het voorkomt dwang aan gebruikers om Microsoft te gebruiken, kortom het biedt transparantie en keuze vrijheid.

Met dank aan het actieprogramma Nederland Open in verbinding (NOiV) zal de publieke sector (overheid en semi-overheid) tempo moeten maken met het implementeren van open source software en open standaarden zoals ODF.

NN-open congres

PDF een open standaard?

Binnen de hele discussie over open source en open standaarden trekt ‘open source‘ altijd veel aandacht, in tegenstelling tot ‘open standaarden‘, terwijl die laatsten eigenlijk veel belangrijker zijn en ook nog eens eenvoudiger te implementeren. Lees hier waarom open standaarden zo belangrijk zijn. Maar, hoe weet je nu eigenlijk of een bepaald bestand wel of niet voldoet aan de eisen van open standaarden? Dat is nog niet zo simpel.

Neem nou PDF.

PDF is zo ongeveer de meest gebruikte bestandsvorm voor het overdragen van informatie op internet. Vrijwel altijd, als er doorverwezen wordt naar een document wordt dat in PDF-vorm aangeboden. Zo worden door het raadsinformatiesysteem van de gemeente Amsterdam (het RIA) alle documenten in PDF-format aangeboden. Voldoet de gemeente Amsterdam daarmee nu aan de eis van het gebruik van open standaarden of niet?

PDF is ontwikkeld door Adobe. Voor zowel het maken als het lezen van PDF-documenten is (inmiddels ‘was’) Adobe software nodig. Daarmee waren gebruikers van PDF-documenten volledig afhankelijk van monopolist Adobe. Met alle beperkingen en risico’s van dien. Bijvoorbeeld: als je een archief opbouwt met behulp van PDF-documenten, hoe kun je dan zeker weten dat Adobe tot in lengte van jaren zijn software blijft produceren? Kortom, PDF-software was ‘proprietary software‘, zo gesloten als wat. Maar, begin 2007 kondigde Adobe aan dat zij de specificaties van PDF openbaar wil maken en wil laten voldoen aan de ISO standaarden. Daarmee zou PDF alsnog een open standaard worden.

Maar, tussen moment van aankondigen en feitenlijk voldoen aan de eisen van een open standaard kan nog heel wat tijd zitten. Kijk maar naar de discussie over OOXML. Maar, eind 2007 stemde het ISO in met het accepteren van PDF 1.7. Een belangrijke stap vooruit.

Wat is nu dan de status van PDF? Volgens mij laat die zich het beste typeren als ‘open, of toch nog niet helemaal‘. Inmiddels kun je al veel makkelijker dan enige tijd geleden PDF-jes maken. In OpenOffice (het open source alternatief voor Microsoft Office) kun je elk document met een druk op de knop exporteren naar PDF. Ook kun je inmiddels zonder Adobe software PDF-jes lezen. Toch is de status voor mij nog onduidelijk. Zie hier het advies (in PDF!) van webrichtlijnen.nl. Conclusie, sommige versies van PDF voldoen wel aan de eisen van openheid, sommige echter (nog) niet. Maar hoe je nu achterhaalt met welke versie je te maken hebt… da’s mij, ondanks allerhande tooltjes, nog niet duidelijk.

Als ik dit zo overzie dan kom ik tot de conclusie dat het wel handig zou zijn als er een, toegankelijk!, overzicht zou bestaan van bestandsformats die voldoen aan de eisen van open standaarden (of bestaat dat al?). Zoals het nu op mij overkomt is dat je een behoorlijke expert moet zijn om daar nu zicht op te hebben.

Update: per 2 juli 2008 is PDF 1.7 een open standaard (met dank aan Richard).

Schoolboeken niet gratis, maar open!

Open Source heeft een beetje een moeilijk imago. Bij discussies over open source gaat het meestal over software en dat schrikt veel mensen af. Toch is dat jammer, want open source en de filosofie erachter, is veel meer dan techniek. Gisteren in de NRC-Next een mooi voorbeeld van een heel andere invulling aan de term open source: Open Educational Resources (OER). Kortgezegd komt OER er op neer dat lesstof op internet geplaatst wordt en dat docenten en leerlingen meebouwen aan nieuwe lesstof. Niet langer is de leverancier (de uitgever) de ‘eigenaar’ van de inhoud, maar de community is ‘eigenaar’. En dat heeft vergaande implicaties.

Nu zijn schoolboeken enorm duur. Dat is niet zo vreemd. Het Nederlandse taalgebied is vrij klein, dus de productiekosten moeten worden terug verdiend met vrij kleine verkoopaantallen. Daarnaast is het nu zo dat er maar beperkte keus uit lesstof is, een handje vol uitgevers domineert de markt. Met dank aan het huidige kabinet denken veel mensen nu dat schoolboeken gratis zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Schoolboeken zijn niet gratis, ze worden gewoon door de overheid, met belastinggeld, betaald. Kortom: beperkte keuze en hoge prijzen. Over de kwaliteit kan ik niet oordelen.

Dat het anders kan bewees het Amerikaanse MIT. In 2001 plaatsen dit gerenomeerde opleidingsinstituut het lesmateriaal gratis op internet. Voor iedereen toegankelijk. De uitgevers zullen dit initiatief ongetwijfeld vervloekt hebben. Zij raakten immers hiermee een melkkoe kwijt. Maar vanuit maatschappelijk oogpunt is het initiatief van MIT (en velen hebben het voorbeeld inmiddels gevolgd) lovenswaardig. Met kennis is namelijk iets bijzonders aan de hand: naarmate je het met meer mensen deelt wordt het meer waard. De ervaring van MIT laat zien dat er meer mensen gebruik maken van de kennis van het MIT (niet langer alleen de gefortuneerde stundenten) en dat meer mensen bijdragen aan het vergroten van die kennis. De enige verliezers lijken de uitgevers te zijn.

Dat het kabinet nu heel veel geld gaat uitgeven aan schoolboeken is in mijn ogen een enorme gemiste kans. Dit geld komt nu terecht bij de uitgevers. Terwijl met een beetje meer visie het geld besteed had kunnen worden aan het stimuleren van Open Educational Resources, waarmee het geld terecht zou zijn gekomen waar het thuishoort: bij de onderwijzers en de leerlingen.