PDF een open standaard?

Binnen de hele discussie over open source en open standaarden trekt ‘open source‘ altijd veel aandacht, in tegenstelling tot ‘open standaarden‘, terwijl die laatsten eigenlijk veel belangrijker zijn en ook nog eens eenvoudiger te implementeren. Lees hier waarom open standaarden zo belangrijk zijn. Maar, hoe weet je nu eigenlijk of een bepaald bestand wel of niet voldoet aan de eisen van open standaarden? Dat is nog niet zo simpel.

Neem nou PDF.

PDF is zo ongeveer de meest gebruikte bestandsvorm voor het overdragen van informatie op internet. Vrijwel altijd, als er doorverwezen wordt naar een document wordt dat in PDF-vorm aangeboden. Zo worden door het raadsinformatiesysteem van de gemeente Amsterdam (het RIA) alle documenten in PDF-format aangeboden. Voldoet de gemeente Amsterdam daarmee nu aan de eis van het gebruik van open standaarden of niet?

PDF is ontwikkeld door Adobe. Voor zowel het maken als het lezen van PDF-documenten is (inmiddels ‘was’) Adobe software nodig. Daarmee waren gebruikers van PDF-documenten volledig afhankelijk van monopolist Adobe. Met alle beperkingen en risico’s van dien. Bijvoorbeeld: als je een archief opbouwt met behulp van PDF-documenten, hoe kun je dan zeker weten dat Adobe tot in lengte van jaren zijn software blijft produceren? Kortom, PDF-software was ‘proprietary software‘, zo gesloten als wat. Maar, begin 2007 kondigde Adobe aan dat zij de specificaties van PDF openbaar wil maken en wil laten voldoen aan de ISO standaarden. Daarmee zou PDF alsnog een open standaard worden.

Maar, tussen moment van aankondigen en feitenlijk voldoen aan de eisen van een open standaard kan nog heel wat tijd zitten. Kijk maar naar de discussie over OOXML. Maar, eind 2007 stemde het ISO in met het accepteren van PDF 1.7. Een belangrijke stap vooruit.

Wat is nu dan de status van PDF? Volgens mij laat die zich het beste typeren als ‘open, of toch nog niet helemaal‘. Inmiddels kun je al veel makkelijker dan enige tijd geleden PDF-jes maken. In OpenOffice (het open source alternatief voor Microsoft Office) kun je elk document met een druk op de knop exporteren naar PDF. Ook kun je inmiddels zonder Adobe software PDF-jes lezen. Toch is de status voor mij nog onduidelijk. Zie hier het advies (in PDF!) van webrichtlijnen.nl. Conclusie, sommige versies van PDF voldoen wel aan de eisen van openheid, sommige echter (nog) niet. Maar hoe je nu achterhaalt met welke versie je te maken hebt… da’s mij, ondanks allerhande tooltjes, nog niet duidelijk.

Als ik dit zo overzie dan kom ik tot de conclusie dat het wel handig zou zijn als er een, toegankelijk!, overzicht zou bestaan van bestandsformats die voldoen aan de eisen van open standaarden (of bestaat dat al?). Zoals het nu op mij overkomt is dat je een behoorlijke expert moet zijn om daar nu zicht op te hebben.

Update: per 2 juli 2008 is PDF 1.7 een open standaard (met dank aan Richard).

Schoolboeken niet gratis, maar open!

Open Source heeft een beetje een moeilijk imago. Bij discussies over open source gaat het meestal over software en dat schrikt veel mensen af. Toch is dat jammer, want open source en de filosofie erachter, is veel meer dan techniek. Gisteren in de NRC-Next een mooi voorbeeld van een heel andere invulling aan de term open source: Open Educational Resources (OER). Kortgezegd komt OER er op neer dat lesstof op internet geplaatst wordt en dat docenten en leerlingen meebouwen aan nieuwe lesstof. Niet langer is de leverancier (de uitgever) de ‘eigenaar’ van de inhoud, maar de community is ‘eigenaar’. En dat heeft vergaande implicaties.

Nu zijn schoolboeken enorm duur. Dat is niet zo vreemd. Het Nederlandse taalgebied is vrij klein, dus de productiekosten moeten worden terug verdiend met vrij kleine verkoopaantallen. Daarnaast is het nu zo dat er maar beperkte keus uit lesstof is, een handje vol uitgevers domineert de markt. Met dank aan het huidige kabinet denken veel mensen nu dat schoolboeken gratis zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Schoolboeken zijn niet gratis, ze worden gewoon door de overheid, met belastinggeld, betaald. Kortom: beperkte keuze en hoge prijzen. Over de kwaliteit kan ik niet oordelen.

Dat het anders kan bewees het Amerikaanse MIT. In 2001 plaatsen dit gerenomeerde opleidingsinstituut het lesmateriaal gratis op internet. Voor iedereen toegankelijk. De uitgevers zullen dit initiatief ongetwijfeld vervloekt hebben. Zij raakten immers hiermee een melkkoe kwijt. Maar vanuit maatschappelijk oogpunt is het initiatief van MIT (en velen hebben het voorbeeld inmiddels gevolgd) lovenswaardig. Met kennis is namelijk iets bijzonders aan de hand: naarmate je het met meer mensen deelt wordt het meer waard. De ervaring van MIT laat zien dat er meer mensen gebruik maken van de kennis van het MIT (niet langer alleen de gefortuneerde stundenten) en dat meer mensen bijdragen aan het vergroten van die kennis. De enige verliezers lijken de uitgevers te zijn.

Dat het kabinet nu heel veel geld gaat uitgeven aan schoolboeken is in mijn ogen een enorme gemiste kans. Dit geld komt nu terecht bij de uitgevers. Terwijl met een beetje meer visie het geld besteed had kunnen worden aan het stimuleren van Open Educational Resources, waarmee het geld terecht zou zijn gekomen waar het thuishoort: bij de onderwijzers en de leerlingen.

NN-Open in nieuw jasje

De meivakantie werd niet door iedereen ledig doorgebracht. Dat blijkt hier wel uit: de website van NN-Open is geheel vernieuwd. Het design is van de hand van Theo Vos van FunkiDesign (die ook het ontwerp voor mijn site heeft gemaakt). De technische realisatie lag in de begaafde handen van Wietse van Goldmund, Wyldebeast & Wunderliebe. Fraai geworden.

Yochai Benkler op TED

Yochai Benkler is Hoogleraar Entrepreneurial Legal Studies aan Harvard University. Echt bekend werd hij met het boek The Wealth of Networks. Voor de helden die het helemaal gelezen hebben: respect! Hoe iemand over zo’n boeiend onderwerp zo’n niet-door-te-komen boek heeft kunnen schrijven is mij een raadsel. Maar, de boodschap van Benkler is er niet minder interessant om. Gelukkig is nu, naast z’n boek, ook zijn TED-talk (van juli 2005) online gezet.



Open Parliament

Citizens and stakeholder groups should not have to use the software of a single company in order to communicate with their elected officials or participate in the legislative process.

All companies should be given the chance to compete freely for contracts to supply ICT services to the European Parliament.

I am a citizen of the EU, and I want the European Parliament to adopt the use of open standards and to promote interoperability in the ICT sector.

Als je het hier mee eens bent, of aangesproken voelt, teken dan hier de petitie. Als je meer wilt weten kan dat hier en hier.

Open NN-Open borrel

Donderdag 28 februari vindt er weer een NN-Open borrel plaats. Esther Hoorn (o.a. winnares van de Victorine van Schaikprijs) zal het een en ander vertellen over haar werk in het algemeen en de Creative Commons licentie in het bijzonder. Iedereen is welkom.

Aangezien over tijd en plaats van deze bijeenkomst nog topoverleg gevoerd wordt, verwijs ik voor die gegevens naar de officiele aankondiging.

NN-Open

Obama en open systems

Het zal niemand ontgaan zijn dat het politiek hoogseizoen is in de Verenigde Staten. De voorverkiezingen zijn in volle gang. Ik heb lange tijd een voorkeur voor Hillary Clinton gehad. Een sterke vrouw met verfrissende ideeen. Daarbij vond ik haar ervaring in het Witte Huis ook wel een pre. En, als ik eerlijk ben, het idee van een vrouwelijke president sprak me ook wel aan.

Maar, ik begin meer en meer een voorkeur voor Barack Obama te ontwikkelen. Dat komt onderandere door deze video. Wat een verfrissend helder taalgebruik. Maar, m’n neiging naar Obama wordt ook beinvloed door dit blog-berichtje. Ik had al eens opgevangen dat Obama een duidelijke mening had over open systems (pdf) (een wat breder begrip dan Open Source en Open Standaarden). En het feit dat Lauwrence Lessig (de grondlegger van de Creative Commons licentie) een supporter is van Obama is ook veelzeggend. Nu ik dit zo overdenk is m’n keuze eigenlijk wel bepaald. Go Barrack!

Obama

Gratis bier?

In de discussies rondom Open Source Software speelt vaak de term ‘gratis’ een rol (zie bijvoorbeeld de discussie over het wel of niet moeten aanbesteden van gratis software). Open source software zou gratis zijn. Tegenstanders voeren daar dan tegen in dat open source software helemaal niet gratis is. De kosten van implementatie, migratie, training, beveiliging etc kunnen aanzienlijk zijn. Ik kan me nog van de discussie in de Groningse gemeenteraad herinneren dat er op een gegeven moment zelfs gesproken werd over de total cost of ownership. Waarmee nog maar weer eens werd aan getoond dat open source software, en de overschakeling daar naar toe, helemaal niet gratis is.

Ik heb mij altijd wat bevreemd over die discussie. Het al dan niet gratis zijn speelt wat mij betreft maar een zeer beperkte rol. Ook als open source software niet gratis is, zijn er genoeg argumenten waarom de overheid toch zou moeten overstappen van closed naar open. Het argument dat open source gratis zou zijn speelde in mijn eigen beleving nooit echt een hoofdrol rol. Maar desalniettemin dook te term gratis toch steeds weer in de discussie op. Al die tijd vroeg ik mij af waar toch dat non-argument van ‘gratis’ vandaan kwam.

Tot vandaag. In ‘The Wealth of Networks‘, van Yochai Benkler, kwam ik een citaat tegen van Richard Stalman (een van de grondleggers van open source software). “Free software is about freedom (free as in free speech, not free beer)”. Kortom, de term gratis komt voor een belangrijk deel voort uit een verkeerde vertaling van het Engelse ‘free’ naar ‘gratis’.

Ook weer opgelost.

The continuing story of Open Source in Groningen

Afgelopen woensdag werd er in de raadscommissie gesproken over een voortgangsnotitie (pdf) OSOSS (Open Standaarden en Open Source Software). Dit onderwerp heeft mij de afgelopen jaren, toen ik zelf raadslid was, danig bezig gehouden (en dat doet het als bestuurslid van nn-open nog steeds). Ik was er afgelopen woensdag niet bij, maar een gedeeltelijk verslag valt bij Linda Voortman te lezen. Ik kan me trouwens herinneren dat een voortgangsnotitie over dit onderwerp al eens eerder de raadscommissie niet overleefde. Helaas kan ik dat in mn eigen archief niet meer terug vinden.

Actieplan Nederland open in verbinding

Als raadslid ijverde ik regelmatig voor het bevorderen van open source software bij gemeenten en het gebruiken van open standaarden. Als bestuurslid van NN-Open doe ik dat nog steeds. Daarom ben ik blij dat er nu eindelijk een actieplan ligt van de Rijksoverheid. Het heeft lang geduurd (al vijf jaar geleden werd de motie Vendrik door de kamer aangenomen), maar het is er dan eindelijk.