Het is een niet geringe eer en genoegen om onderdeel te mogen zijn van de nieuwjaarscolumn van Bert Westerink. Dat ik daarbij in een adem genoemd wordt met Harry Potter is uit de mond van een CDA-er vast bedoeld als compliment :-)
Jammer is alleen wel dat hij mijn argumenten over de openingstijden van winkels slecht begrepen lijkt te hebben. Ik pleit er nergens voor dat winkels alle zondagen open zouden moeten. Wel ben ik van mening dat de vraag op welke tijdstippen een winkelier zijn of haar winkel wil openen niet door de overheid beantwoord zou moeten worden. Daarbij sluit ik zeker niet mijn ogen voor de verschillende belangen van het grootwinkelbedrijf en de kleine middenstander. In tegendeel. Ik zou wensen dat beiden zelf de keuzes kunnen maken die hun bedrijfsvoering en klantenbinding ten goede komt. De discussie wordt nogal eens verengd tot de vraag of je voor of tegen koopzondagen bent. Ook gisteren, tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Groningen Cityclub werd weer gezegd dat er geen behoefte is aan meer koopzondagen. Prima, als ondernemers dat met elkaar afspreken. Als zij daar met elkaar overeenstemming over bereiken is dat uitstekend. Maar als een videotheek langer open wil, als een allochtone ondernemer een avondwinkel wil, als een winkel zich wil richten op de werkende mens en dus overdag minder open wil zijn, maar juist in de avonden en weekenden open wil. Waarom zou de overheid die keuzes moeten ontmoedigen? Welk moreel argument heeft de overheid om die keuzes te verbieden?
De morele issues die Bert aan de orde stelt geven geen antwoord op allerhande ontwikkelingen die de traditionele winkelopeningstijden onder druk zetten: internet, branchvervaging, etc. En daarbij, het is mijn overtuiging dat kleine ondernemers zichzelf onmisbaar maken als zij kwaliteit bieden. Ik merk dat aan mijn huishouden, de slager zit nog altijd in ons winkelrondje, ondanks dat ik het vlees ook bij de AH zou kunnen kopen (die ook nog eens langer open is). Maar de slager wint het op kwaliteit en klantvriendelijkheid. Zo moet het zijn. Nogmaals, ik zie daarin geen rol voor de overheid.